0412 - 474 350 Info@JBR-Arbo.nl

Geluidsmetingen

Geluidsmetingen

1. Inleiding

Geluid is een onderwerp dat als prioritair wordt aangemerkt binnen SZW. In vele arboconvenanten wordt geluid opgenomen als onderwerp waarover harde kwantitatieve afspraken met sociale partners worden gemaakt. Daarnaast wordt geluid door de Arbeidsinspectie, voor zover relevant voor een branche, in inspectieprojecten als inspectieonderwerp opgenomen.
Deze interne instructie geeft aanwijzingen voor het vaststellen van overtredingen door de inspecteur van de geluidsvoorschriften uit de Arbo-wet en het te volgen handhavingstraject. In een inspectieproject hoeven echter niet steeds alle geluidsvoorschriften een inspectieonderwerp te zijn. Tevens geeft deze interne instructie achtergrondinformatie die de inspecteur behulpzaam kan zijn bij de inspecties.

2. Aanpak

2.1 Wettelijke grondslag

Arbeidsomstandighedenwet ’98
Art. 5 Inventarisatie en evaluatie risico’s

Arbeidsomstandighedenbesluit
Art. 6.6 Definities
Art. 6.7 Nadere voorschriften inventarisatie en evaluatie, beoordelen en meten
Art. 6.8 Voorkomen of beperken van schadelijk geluid
Art. 6.9 Weekgemiddelde
Art. 6.10 Audiometrisch onderzoek
Art. 6.11 Voorlichting en onderricht
Art. 6.23 Geluidsvoorschriften zeeschepen en luchtvaartuigen
Art. 6.27 Arbeidsverboden jeugdige werknemers

Arbo-beleidsregels
6.7 Beoordelen en zo nodig meten
6.8 Voorkomen of beperken van schadelijk geluid
6.9 Weekgemiddelde
6.23 Geluidsvoorschriften zeeschepen en luchtvaartuigen

Arbo-Informatieblad
AI-4 Lawaai op de arbeidsplaats (2e herziene druk, 2000)

Normen
NEN 3418 Ergonomie. Het beoordelen van geluid op de arbeidsplaats. maart 2003
NEN-EN 11689 Akoestiek. Procedure voor de vergelijking van geluidsemissies van machines en apparaten (1997).
NEN-EN 458 Gehoorbeschermers. Aanbevelingen voor keuze, gebruik, verzorging en onderhoud. Praktijkrichtlijn. (1994).

2.2 Algemeen

2.2.1 Verplichtingen van werkgevers en werknemers
De geluidsvoorschriften uit de arboregelgeving houden kortweg het volgende in:

 

  • Het geluidsniveau (LAeq) op de arbeidsplaats moet lager zijn dan 80 dB(A)
    De werkgever dient het geluidsrisico op de arbeidsplaats te beoordelen, zo nodig met behulp van een indicatieve meting (conform NEN 3418)
  • Indien het geluidsniveau (LAeq) op de arbeidsplaats hoger is dan 80 dB(A) dan gelden de volgende voorschriften:
  • De werkgever dient het risico van geluid op de arbeidsplaats te beoordelen met geluidsmetingen (conform NEN 3418)
    Geluidsmetingen kunnen achterwege blijven wanneer voldoende nauwkeurige gegevens uit andere bronnen beschikbaar zijn
    De werkgever geeft voorlichting en onderricht aan blootgestelde werknemers
    De werkgever stelt gehoorbescherming aan blootgestelde werknemers beschikbaar; de gehoorbescherming biedt een demping van het geluid tot een equivalent geluidsniveau (LAeq) van 80 dB(A) of lager
    Blootgestelde werknemers met een dagdosis (Lex, T) van ≥ 80dB(A) worden in de gelegenheid gesteld een periodiek gehooronderzoek (audiometrisch onderzoek) te ondergaan.
  • Indien het geluidsniveau (LAeq) op de arbeidsplaats hoger is dan 85 dB(A) of een momentaan geluidsdrukniveau van 200 Pa [*] dan gelden tevens de volgende voorschriften:
    De werkgever is verplicht tot het beperken van schadelijk geluid, conform de arbeidshygiënische strategie; deze maatregelen worden vermeld in het Plan van Aanpak bij de RIE
    De werkgever bakent af en markeert ‘gehoorbeschermingszones’; alleen werknemers die daar beroepshalve of uit hoofde van hun functie moeten betreden worden daar toegelaten
    De werknemer is verplicht gehoorbescherming te dragen, zolang structurele geluidsreducerende maatregelen niet zijn genomen of nog niet hebben geleid tot een vermindering van het geluidsniveau lager dan 85 dB(A) of 200 Pa [*] als momentaan geluidsdrukniveau.
    De werkgever houdt toezicht op het dragen van gehoorbescherming.

 

 

Heeft u vragen?

Neem gerust eens contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.